Praktijkenbank kwesties

 
 
issue
09

Verduurzaming

Hoe kunnen innovatieve vormen van solidariteit in diversiteit die ontstaan in het ´hier´ en ´nu´ verduurzamen? En hoe kan deze verduurzaming bevorderd worden via professionele interventie?


Tijdelijke of duurzame solidariteit?

De solidariteit in diversiteit die we in de DieGem-cases tegenkomen, heeft veeleer een tijdelijk karakter. Dit is te wijten aan verschillende factoren. Omdat sommige solidariteitspraktijken projectmatig tot stand komen, gaat de opvolging hiervan gepaard met een einddatum.

Het eenmalige project ‘Schatten van mensen’ illustreert de tijdelijkheid van solidariteit die voortvloeit uit de ontmoeting tussen ‘schatten’ (ambachtslieden & podiumkunstenaars) en ‘schattenjagers’ (opgeleide vrijwilligers & fotografiestudenten). Beide groepen werkten voornamelijk parallel naast mekaar aan de voorbereiding van een eenmalig toonmoment. Na het afronden van deze tentoonstelling valt de gemeenschappelijke noemer echter weg, wat verduurzaming van de banden tussen schatten en schattenjagers bemoeilijkt.

Waar solidariteit ontstaat in uitzonderlijke omstandigheden, stelt zich de vraag hoe de solidariteit blijft wanneer de uitzonderlijkheid wegvalt en de alledaagse praktijk hervat wordt.

Bij CollectActif, een initiatief tegen voedselverspilling gedragen door mensen zonder papieren, ontstond in september 2015 een nieuwe dynamiek in de interactie tussen vrijwilligers en aanwezige vluchtelingen in het Maximiliaanpark te Brussel. De uitzonderlijke omstandigheden van de ‘migratie-crisis’ stelde CollectActif in staat solidariteitspraktijken over verschillende breuklijnen heen te ontvouwen. Sinds het Maximiliaanpark ontruimd werd, worstelt CollectActif met de vraag hoe deze solidariteit te repliceren en te verduurzamen in hun dagelijkse werking.

In situaties waar solidariteit wordt opgewekt door samen een doel te verwezenlijken, presenteert zich een gelijkaardig dilemma.

De case van Hellingenfort toont aan hoe solidariteit tussen arbeiders ontstaat in de context van de fruitpluk. Gezien de fruitpluk sterk seizoensgebonden is, stelt zich de vraag of deze solidariteit ook buiten het plukseizoen kan voortduren.

Strijd als bron van solidariteit houdt tevens een bepaalde tijdelijkheid in. Wanneer strijdpunten gerealiseerd worden, boet de verbindende kracht van strijd in. Als er vervolgens niet onmiddellijk verdere objectieven in de strijd bepaald worden, kan dit tot desintegratie van de opgebouwde gemeenschap leiden.

In Sledderlo protesteerde een groep bewoners tegen de gebrekkige kwaliteit van hun woningen. Het opzetten van gezamenlijke acties bracht een sterke solidariteit op gang. Later leidde het protest tot een huurstaking waarbij een grotere groep bewoners slechts 80 procent van de huurprijs aan de sociale huisvestingsmaatschappij betaalde. De verbindende kracht verdween echter uit de strijd. Hoewel het om een collectieve actie ging, namen huurders individueel deel en kwamen ze niet meer samen. De strijd zorgde dus aanvankelijk voor een grote verbondenheid, maar die doofde uit door een veranderde aanpak, bewoners die verhuisden en het einde van de strijd (na een succesvolle afloop). 

De kwestie zoals ze hier op tafel ligt, is dus of solidariteit in diversiteit het noodzakelijkerwijs van zulke ´momenten´ moet hebben, dan wel of ze ´stabiel´ en repliceerbaar gemaakt kan worden doorheen de tijd. Met andere woorden: of ze verduurzaamd kan worden.

De welvaartsstaat vangt het probleem van tijdelijke solidariteit op door aan personen die een bepaald historisch traject van burgerschap hebben doorlopen, toegang tot de collectieve herverdeling van middelen te verlenen, en dit over generaties heen. Institutionalisering is dan ook een mogelijke piste om de – tijdelijke - duurzaamheid van solidariteit in diversiteit te waarborgen. 

Bij innovatieve praktijken van solidariteit in diversiteit ligt de zoektocht naar manieren om het afgebakende, tijdelijke karakter van solidariteit te overstijgen echter nog meer open. Professionals kunnen de dynamiek van solidariteit in diversiteit bijvoorbeeld trachten te behouden door in te zetten op leerprocessen, nieuwe doelen te kiezen, andere claims te introduceren of informele praktijken te formaliseren. De verwijzing naar zowel collectieve als individuele leerprocessen is hier cruciaal, aangezien leren een continuïteit in gedrag, verstaan en houding kan teweeg brengen die verduurzaming tot gevolg heeft. De voorgenoemde interventies veronderstellen echter dat er continu professionele ondersteuning is, wat niet altijd mogelijk is gezien de actuele omstandigheden in het middenveld. De kwestie van verduurzaming hangt daarom sterk samen met de stabiliteit en omvang van de financiële ondersteuning van professionele omkadering.


Een interventieperspectief op verduurzaming

Hoewel verduurzaming via verschillende manieren bereikt kan worden, moet evenwel de aandacht gevestigd worden op de effectiviteit van alliantie-vorming als interventie-strategie. In solidariteit in diversiteit kunnen er allianties tot stand komen tussen minder en meer geprivilegieerde actoren. Allianties bieden het voordeel voor minder geprivilegieerde groepen om hun toegang tot materiële en immateriële hulpbronnen potentieel te vergroten. In de DieGem-cases zijn het dikwijls professionals zelf die een positie als bondgenoot op zich nemen ten opzichte van hun doelgroep. 

In de Leeggoed-case vormden de professionals van Samenlevingsopbouw en de bewoners van Leeggoed een strategische alliantie om de bestaande Belgische woonorde in vraag te stellen. Ook nadat het woonproject gerealiseerd was bleven professionals en bewoners betrokken bij deze strijd.

Het vormen van allianties houdt echter een betrokkenheid tussen actoren in die puur professionele bezorgdheid overstijgt. Krachten worden in onderlinge overeenstemming gebundeld met oog op een gezamenlijk doel, zoals het verwezenlijken van sociale rechtvaardigheid of het vergroten van de politieke slagkracht van een specifieke groep. Tegelijkertijd blijven er machtsverschillen bestaan binnen zulke allianties. Omdat uitgesloten groepen afhankelijk zijn van bondgenoten voor de toegang tot bepaalde netwerken, treedt er een machtsonevenwicht op. De interventies van professionals naar diverse groepen toe kunnen hierdoor een zekere mate van afhankelijkheid in het leven roepen.

CollectActif vormde in hun driejarig bestaan verschillende allianties met andere organisaties. Zo werken ze samen met Collectmet voor het tegengaan van voedselverspilling op de Abbotoir en met Toestand en Communa voor het organiseren van volkskeukens in tijdelijk bezette ruimtes. Omdat CollectActif geen officieel statuut heeft en de initiatiefnemers een precair wettelijk verblijf hebben, zijn ze afhankelijk van hun partnerorganisaties voor het indienen van aanvragen voor werkingsmiddelen. Het actie-onderzoek dat DieGem met hen voerde zette verder in op het vergroten van de autonomie bij zulke aanvragen.

Het behoud van een zekere graad van autonomie is cruciaal om allianties kans op slagen te geven. Professionals moeten als bondgenoten leren aanvoelen wanneer ze naar voor moeten treden en wanneer ze een stap terug moeten zetten. Allianties die ontstaan vanuit solidariteit in diversiteit zijn ook een opstap naar burgerschap.

System D is een goed voorbeeld van een alliantie tussen professionals van de Pianofabriek en Brusselse jongeren die via het medium film uitmondde in burgerschapsclaims. De duurzaamheid van deze alliantie bevordert solidariteit voorbij het jaarlijkse ontmoetingsmoment van het filmfestival.

Allianties creëren een zekere stabiliteit en lotsverbondenheid doorheen de tijd. Dit stelt gemeenschappen in staat om solidariteit in diversiteit ondanks wisselende omstandigheden in stand te houden. Interventies die alliantie-vorming tot doel hebben dragen op die manier bij tot verduurzaming van innovatieve vormen van solidariteit  voorbij het ‘hier’ en ‘nu’.

Reageer als eerste hierop